Doorkijken
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verderkijken; erdoorheen kijken; geheel en al bekijken
de doorkijk
Common noun/'dorkɛɪk/enkelvoud
doorkijkdoorkijkjemeervoud
doorkijkendoorkijkjesdoorkijken
Verb/'dorkɛɪkən; 'dorkɛɪkə/verderkijken; erdoorheen kijken
infinitief
doorkijkentegenwoordige tijd
kijk doordoorkijkkijkt doordoorkijktkijken doordoorkijkenverleden tijd
keek doordoorkeekkeken doordoorkekentegenwoordig deelwoord
doorkijkenddoorkijkendedoorkijken
Verb/dor'kɛɪkən; dor'kɛɪkə/geheel en al bekijken
infinitief
doorkijkentegenwoordige tijd
doorkijkdoorkijktdoorkijkenverleden tijd
doorkeekdoorkekentegenwoordig deelwoord
doorkijkenddoorkijkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.