NEDERLANDS
🇬🇧

    Doorkijken

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verderkijken; erdoorheen kijken; geheel en al bekijken

    • de doorkijk

      Common noun/'dorkɛɪk/

      enkelvoud

      doorkijkdoorkijkje

      meervoud

      doorkijkendoorkijkjes
    • doorkijken

      Verb/'dorkɛɪkən; 'dorkɛɪkə/

      verderkijken; erdoorheen kijken

      infinitief

      doorkijken

      tegenwoordige tijd

      kijk doordoorkijkkijkt doordoorkijktkijken doordoorkijken

      verleden tijd

      keek doordoorkeekkeken doordoorkeken

      tegenwoordig deelwoord

      doorkijkenddoorkijkende
    • doorkijken

      Verb/dor'kɛɪkən; dor'kɛɪkə/

      geheel en al bekijken

      infinitief

      doorkijken

      tegenwoordige tijd

      doorkijkdoorkijktdoorkijken

      verleden tijd

      doorkeekdoorkeken

      tegenwoordig deelwoord

      doorkijkenddoorkijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning