Doorleven
uncommonZipf 2.6
beleven; doorbrengen; verder leven
doorleven
Verb/dor'levən; dor'levə/beleven; doorbrengen
infinitief
doorleventegenwoordige tijd
doorleefdoorleeftdoorlevenverleden tijd
doorleefdedoorleefdentegenwoordig deelwoord
doorlevenddoorlevendedoorleven
Verb/'dorlevən; 'dorlevə/verder leven
infinitief
doorleventegenwoordige tijd
leef doordoorleefleeft doordoorleeftleven doordoorlevenverleden tijd
leefde doordoorleefdeleefden doordoorleefdentegenwoordig deelwoord
doorlevenddoorlevende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.