NEDERLANDS
🇬🇧

    Doorreizen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; bereizen; verder reizen

    • de doorreis

      Common noun/'dorɛɪs/

      enkelvoud

      doorreisdoorreisje

      meervoud

      doorreizendoorreisjes
    • doorreizen

      Verb/do'rɛɪzən; do'rɛɪzə/

      bereizen

      infinitief

      doorreizen

      tegenwoordige tijd

      doorreisdoorreistdoorreizen

      verleden tijd

      doorreisdedoorreisden

      tegenwoordig deelwoord

      doorreizenddoorreizende
    • doorreizen

      Verb/'dorɛɪzən; 'dorɛɪzə/

      verder reizen

      infinitief

      doorreizen

      tegenwoordige tijd

      reis doordoorreisreist doordoorreistreizen doordoorreizen

      verleden tijd

      reisde doordoorreisdereisden doordoorreisden

      tegenwoordig deelwoord

      doorreizenddoorreizende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning