NEDERLANDS
🇬🇧

    Doorroeren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • doorroeren

      Verb/'dorurən; 'dorurə/

      infinitief

      doorroeren

      tegenwoordige tijd

      roer doordoorroerroert doordoorroertroeren doordoorroeren

      verleden tijd

      roerde doordoorroerderoerden doordoorroerden

      tegenwoordig deelwoord

      doorroerenddoorroerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning