Doortrekt
uncommonZipf 2.4
doordringen; verder trekken; door trekken weg doen gaan
doortrekken
Verb/dor'trɛkən; dor'trɛkə/doordringen
infinitief
doortrekkentegenwoordige tijd
doortrekdoortrektdoortrekkenverleden tijd
doortrokdoortrokkentegenwoordig deelwoord
doortrekkenddoortrekkendedoortrekken
Verb/'dortrɛkən; 'dortrɛkə/verder trekken; door trekken weg doen gaan
infinitief
doortrekkentegenwoordige tijd
trek doordoortrektrekt doordoortrekttrekken doordoortrekkenverleden tijd
trok doordoortroktrokken doordoortrokkentegenwoordig deelwoord
doortrekkenddoortrekkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.