NEDERLANDS
🇬🇧

    Doortrekt

    uncommonZipf 2.4

    doordringen; verder trekken; door trekken weg doen gaan

    • doortrekken

      Verb/dor'trɛkən; dor'trɛkə/

      doordringen

      infinitief

      doortrekken

      tegenwoordige tijd

      doortrekdoortrektdoortrekken

      verleden tijd

      doortrokdoortrokken

      tegenwoordig deelwoord

      doortrekkenddoortrekkende
    • doortrekken

      Verb/'dortrɛkən; 'dortrɛkə/

      verder trekken; door trekken weg doen gaan

      infinitief

      doortrekken

      tegenwoordige tijd

      trek doordoortrektrekt doordoortrekttrekken doordoortrekken

      verleden tijd

      trok doordoortroktrokken doordoortrokken

      tegenwoordig deelwoord

      doortrekkenddoortrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning