NEDERLANDS
🇬🇧

    Doorvaart

    uncommonZipf 2.2

    gaan door; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verder varen

    • doorvaren

      Verb/dor'varən; dor'varə/

      gaan door

      infinitief

      doorvaren

      tegenwoordige tijd

      doorvaartdoorvaren

      verleden tijd

      doorvoerdoorvoeren

      tegenwoordig deelwoord

      doorvarenddoorvarende
    • de doorvaart

      Common noun/'dorvart/

      enkelvoud

      doorvaart

      meervoud

      doorvaarten
    • doorvaren

      Verb/'dorvarən; 'dorvarə/

      verder varen

      infinitief

      doorvaren

      tegenwoordige tijd

      vaar doordoorvaarvaart doordoorvaartvaren doordoorvaren

      verleden tijd

      vaarde doordoorvaardevaarden doordoorvaarden

      tegenwoordig deelwoord

      doorvarenddoorvarende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning