Doorvoeren
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; gaan door; werkwoord
de doorvoer
Common noun/'dorvur/enkelvoud
doorvoermeervoud
doorvoerendoorvaren
Verb/dor'varən; dor'varə/gaan door
infinitief
doorvarentegenwoordige tijd
doorvaartdoorvarenverleden tijd
doorvoerdoorvoerentegenwoordig deelwoord
doorvarenddoorvarendedoorvoeren
Verb/'dorvurən; 'dorvurə/infinitief
doorvoerentegenwoordige tijd
voer doordoorvoervoert doordoorvoertvoeren doordoorvoerenverleden tijd
voerde doordoorvoerdevoerden doordoorvoerdentegenwoordig deelwoord
doorvoerenddoorvoerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.