NEDERLANDS
🇬🇧

    Dreg

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • dreggen

      Verb/'drɛɣən; 'drɛɣə/

      infinitief

      dreggen

      tegenwoordige tijd

      dregdregtdreggen

      verleden tijd

      dregdedregden

      tegenwoordig deelwoord

      dreggenddreggende
    • de dreg

      Common noun/'drɛx/

      enkelvoud

      dregdregje

      meervoud

      dreggendregjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning