NEDERLANDS
🇬🇧
  • Drop(de)
    Common noundruppel
  • Drop(de)
    Common nounstuk drop snoep

Droppen

  • dedrop

    Common noun

    druppel

    1. snoep

      Zwart snoep gemaakt van zoethout of andere ingrediënten; een typisch Nederlands snoepje.

      De kinderen kregen de dropjes na school.

    2. vloeistof

      Een kleine hoeveelheid vloeistof, een druppel.

      Er lag een kleine drop op de rand van het glas.

    zoute dropzoete dropdropjeszak dropdrop eten
  • dedrop

    Common noun

    stuk drop (snoep)

    1. snoep

      Een klein stuk drop: een zoethoutsnoepje dat zout of zoet kan zijn.

      De drop in de trommel is bijna op.

    zoute dropzoete dropdropjezakje dropdoos drop

Keep learning