NEDERLANDS
🇬🇧

    Egotrip

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de egotrip

      Common noun/'eɣotrɪp/

      enkelvoud

      egotrip

      meervoud

      egotrips
    • egotrippen

      Verb/'eɣotrɪpən; 'eɣotrɪpə/

      infinitief

      egotrippen

      tegenwoordige tijd

      egotripegotriptegotrippen

      verleden tijd

      egotripteegotripten

      tegenwoordig deelwoord

      egotrippendegotrippende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning