NEDERLANDS
🇬🇧

    Exporteert

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • exporteren

      Verb/ɛkspɔr'terən; ɛkspɔr'terə/

      infinitief

      exporteren

      tegenwoordige tijd

      exporteerexporteertexporteren

      verleden tijd

      exporteerdeexporteerden

      tegenwoordig deelwoord

      exporterendexporterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning