Fixeer
uncommonZipf 1.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het fixeer
Common noun/fɪk'ser/enkelvoud
fixeerfixeren
Verb/fɪk'serən; fɪk'serə/infinitief
fixerentegenwoordige tijd
fixeerfixeertfixerenverleden tijd
fixeerdefixeerdentegenwoordig deelwoord
fixerendfixerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.