Floep
uncommonZipf 2.0
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord; tussenwerpsel
de floep
Common noun/'flup/enkelvoud
floepfloepjemeervoud
floepenfloepjesfloepen
Verb/'flupən; 'flupə/infinitief
floepentegenwoordige tijd
floepfloeptfloepenverleden tijd
floeptefloeptentegenwoordig deelwoord
floependfloependefloep
Interjection/'flup/~
floep
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.