NEDERLANDS
🇬🇧

    Galopperen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • galopperen

      Verb/ɣalɔ'perən; ɣalɔ'perə/

      infinitief

      galopperen

      tegenwoordige tijd

      galoppeergaloppeertgalopperen

      verleden tijd

      galoppeerdegaloppeerden

      tegenwoordig deelwoord

      galopperendgalopperende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.