NEDERLANDS
🇬🇧

    Geïnstrueerd

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • instrueren

      Verb/ɪnstry'werən; ɪnstry'werə/

      infinitief

      instrueren

      tegenwoordige tijd

      instrueerinstrueertinstrueren

      verleden tijd

      instrueerdeinstrueerden

      tegenwoordig deelwoord

      instruerendinstruerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.