NEDERLANDS
🇬🇧

    Gearrangeerd

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • arrangeren

      Verb/ɑrɑ͂ː'ʒerən; ɑrɑ͂ː'ʒerə/

      infinitief

      arrangeren

      tegenwoordige tijd

      arrangeerarrangeertarrangeren

      verleden tijd

      arrangeerdearrangeerden

      tegenwoordig deelwoord

      arrangerendarrangerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.