NEDERLANDS
🇬🇧

    Gebaar

    A2top5000Zipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het gebaar

      Common noun/ɣə'bar/

      enkelvoud

      gebaargebaartje

      meervoud

      gebarengebaartjes
    • gebaren

      Verb/ɣə'barən; ɣə'barə/

      infinitief

      gebaren

      tegenwoordige tijd

      gebaargebaartgebaren

      verleden tijd

      gebaardegebaarden

      tegenwoordig deelwoord

      gebarendgebarende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.