NEDERLANDS
🇬🇧

    Geblesseerde

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • geblesseerd

      Adjective/ɣəblɛ'sert/

      stellende trap

      geblesseerdgeblesseerdegeblesseerds
    • de geblesseerde

      Common noun/ɣəblɛ'serdə/

      enkelvoud

      geblesseerde

      meervoud

      geblesseerden

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning