NEDERLANDS
🇬🇧

    Gebruikmakend

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • gebruikmaken

      Verb/ɣə'brœykmakən; ɣə'brœykmakə/

      infinitief

      gebruikmaken

      tegenwoordige tijd

      maak gebruikgebruikmaakmaakt gebruikgebruikmaaktmaken gebruikgebruikmaken

      verleden tijd

      maakte gebruikgebruikmaaktemaakten gebruikgebruikmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      gebruikmakendgebruikmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.