NEDERLANDS
🇬🇧

    Gecheckt

    commonZipf 3.7

    werkwoord

    • checken

      Verb/'tʃɛkən; 'tʃɛkə/

      infinitief

      checken

      tegenwoordige tijd

      checkchecktchecken

      verleden tijd

      checktecheckten

      tegenwoordig deelwoord

      checkendcheckende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.