NEDERLANDS
🇬🇧

    Geeuw

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de geeuw

      Common noun/'ɣew/

      enkelvoud

      geeuwgeeuwtje

      meervoud

      geeuwengeeuwtjes
    • geeuwen

      Verb/'ɣewən; 'ɣewə/

      infinitief

      geeuwen

      tegenwoordige tijd

      geeuwgeeuwtgeeuwen

      verleden tijd

      geeuwdegeeuwden

      tegenwoordig deelwoord

      geeuwendgeeuwende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning