NEDERLANDS
🇬🇧

    Gefaald

    top5000Zipf 4.0

    werkwoord; adjectief

    • falen

      Verb/'falən; 'falə/

      infinitief

      falen

      tegenwoordige tijd

      faalfaaltfalen

      verleden tijd

      faaldefaalden

      tegenwoordig deelwoord

      falendfalende
    • gefaald

      Adjective/ɣə'falt/

      stellende trap

      gefaaldgefaaldegefaalds

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.