Genoten
top5000Zipf 4.1
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
genieten
Verb/ɣə'nitən; ɣə'nitə/infinitief
genietentegenwoordige tijd
genietgenietenverleden tijd
genootgenotentegenwoordig deelwoord
genietendgenietendede genoot
Common noun/ɣə'not/enkelvoud
genootgenootjemeervoud
genotengenootjes
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.