NEDERLANDS
🇬🇧

    Genoten

    top5000Zipf 4.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • genieten

      Verb/ɣə'nitən; ɣə'nitə/

      infinitief

      genieten

      tegenwoordige tijd

      genietgenieten

      verleden tijd

      genootgenoten

      tegenwoordig deelwoord

      genietendgenietende
    • de genoot

      Common noun/ɣə'not/

      enkelvoud

      genootgenootje

      meervoud

      genotengenootjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.