Gepaaid
uncommonZipf 2.1
sussen; paren; besmeren
paaien
Verb/'pajən; 'pajə/sussen
infinitief
paaientegenwoordige tijd
paaipaaitpaaienverleden tijd
paaidepaaidentegenwoordig deelwoord
paaiendpaaiendepaaien
Verb/'pajən; 'pajə/paren
infinitief
paaientegenwoordige tijd
paaipaaitpaaienverleden tijd
paaidepaaidentegenwoordig deelwoord
paaiendpaaiendepaaien
Verb/'pajən; 'pajə/besmeren
infinitief
paaientegenwoordige tijd
paaipaaitpaaienverleden tijd
paaidepaaidentegenwoordig deelwoord
paaiendpaaiende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.