NEDERLANDS
🇬🇧

    Gereedgemaakt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • gereedmaken

      Verb/ɣə'retmakən; ɣə'retmakə/

      infinitief

      gereedmaken

      tegenwoordige tijd

      maak gereedgereedmaakmaakt gereedgereedmaaktmaken gereedgereedmaken

      verleden tijd

      maakte gereedgereedmaaktemaakten gereedgereedmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      gereedmakendgereedmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning