Geren
uncommonZipf 2.1
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
geren
Verb/'ɣerən; 'ɣerə/infinitief
gerentegenwoordige tijd
geergeertgerenverleden tijd
geerdegeerdentegenwoordig deelwoord
gerendgerendede geer
Common noun/'ɣer/enkelvoud
geergeertjemeervoud
gerengeertjeshet geren
Common noun/ɣə'rɛn/enkelvoud
geren
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.