NEDERLANDS
🇬🇧

    Geren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • geren

      Verb/'ɣerən; 'ɣerə/

      infinitief

      geren

      tegenwoordige tijd

      geergeertgeren

      verleden tijd

      geerdegeerden

      tegenwoordig deelwoord

      gerendgerende
    • de geer

      Common noun/'ɣer/

      enkelvoud

      geergeertje

      meervoud

      gerengeertjes
    • het geren

      Common noun/ɣə'rɛn/

      enkelvoud

      geren

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning