Gescheeld
schelen
Verbverschil maken
- een verschil maken of uitmakenHet maakt geen verschil of je nu gaat of morgen.
- een bepaald bedrag of hoeveelheid minder zijnDeze trui is minder duur dan die andere.
- een probleem of zorg veroorzakenIk heb een probleem met mijn fiets.
- in leeftijd verschillenMijn zus en ik verschillen twee jaar in leeftijd.
schelen
Verbuitmaken niet
- een verschil maken of uitmakenHet verschil tussen deze twee taarten is niet groot.
- ontbreken, mankeren (in de uitdrukking 'het scheelt maar weinig')Het ontbrak er maar aan dat hij viel.
- zich zorgen maken om iets of iemand (in de uitdrukking 'het scheelt iemand')Het scheelt mij dat mijn hond ziek is.
- een bepaald verschil in hoeveelheid of mate hebbenDe hoeveelheid suiker in deze twee recepten scheelt enorm.
hetscheel
Common nounoogafwijking
- toestand waarbij de ogen niet recht staan en elk oog een andere kant op kijktMijn broertje heeft een oogafwijking en draagt een ooglapje.
- (informeel) klein verschil of beetjeEr is een klein verschil tussen deze twee taarten.