Gestempeld
uncommonZipf 2.6
van een stempel voorzien; werkloos zijn; stutten
stempelen
Verb/'stɛmpələn; 'stɛmpələ/van een stempel voorzien; werkloos zijn
infinitief
stempelentegenwoordige tijd
stempelstempeltstempelenverleden tijd
stempeldestempeldentegenwoordig deelwoord
stempelendstempelendestempelen
Verb/'stɛmpələn; 'stɛmpələ/stutten
infinitief
stempelentegenwoordige tijd
stempelstempeltstempelenverleden tijd
stempeldestempeldentegenwoordig deelwoord
stempelendstempelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.