Gevaccineerd
uncommonZipf 2.4
werkwoord
vaccineren
Verb/vɑksi'nerən; vɑksi'nerə/infinitief
vaccinerentegenwoordige tijd
vaccineervaccineertvaccinerenverleden tijd
vaccineerdevaccineerdentegenwoordig deelwoord
vaccinerendvaccinerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.