NEDERLANDS
🇬🇧

    Geviseerd

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • viseren

      Verb/vi'zerən; vi'zerə/

      infinitief

      viseren

      tegenwoordige tijd

      viseerviseertviseren

      verleden tijd

      viseerdeviseerden

      tegenwoordig deelwoord

      viserendviserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning