NEDERLANDS
🇬🇧

    Gevit

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • vitten

      Verb/'vɪtən; 'vɪtə/

      infinitief

      vitten

      tegenwoordige tijd

      vitvitten

      verleden tijd

      vittevitten

      tegenwoordig deelwoord

      vittendvittende
    • het gevit

      Common noun/ɣə'vɪt/

      enkelvoud

      gevit

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning