NEDERLANDS
🇬🇧

    Geïsoleerd

    commonZipf 3.6

    werkwoord; adjectief

    • isoleren

      Verb/izo'lerən; izo'lerə/

      infinitief

      isoleren

      tegenwoordige tijd

      isoleerisoleertisoleren

      verleden tijd

      isoleerdeisoleerden

      tegenwoordig deelwoord

      isolerendisolerende
    • geïsoleerd

      Adjective/ɣəizo'lert/

      stellende trap

      geïsoleerdgeïsoleerdegeïsoleerds

      vergrotende trap

      geïsoleerdergeïsoleerderegeïsoleerders

      overtreffende trap

      geïsoleerdstgeïsoleerdste

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning