NEDERLANDS
🇬🇧

    Gieter

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de gieter

      Common noun/'ɣitər/

      enkelvoud

      gietergietertje

      meervoud

      gietersgietertjes
    • gieteren

      Verb/'ɣitərən; 'ɣitərə/

      infinitief

      gieteren

      tegenwoordige tijd

      gietergietertgieteren

      verleden tijd

      gieterdegieterden

      tegenwoordig deelwoord

      gieterendgieterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning