NEDERLANDS
🇬🇧

    Goedpraten

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • goedpraten

      Verb/'ɣutpratən; 'ɣutpratə/

      infinitief

      goedpraten

      tegenwoordige tijd

      praat goedgoedpraatpraten goedgoedpraten

      verleden tijd

      praatte goedgoedpraattepraatten goedgoedpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      goedpratendgoedpratende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.