Goedpraten
uncommonZipf 2.8
werkwoord
goedpraten
Verb/'ɣutpratən; 'ɣutpratə/infinitief
goedpratentegenwoordige tijd
praat goedgoedpraatpraten goedgoedpratenverleden tijd
praatte goedgoedpraattepraatten goedgoedpraattentegenwoordig deelwoord
goedpratendgoedpratende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.