NEDERLANDS
🇬🇧

    Groene

    top5000Zipf 4.5

    adjectief; groen worden; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • groen

      Adjective/'ɣrun/

      stellende trap

      groengroenegroens

      vergrotende trap

      groenergroeneregroeners

      overtreffende trap

      groenstgroenste
    • groenen

      Verb/'ɣrunən; 'ɣrunə/

      groen worden

      infinitief

      groenen

      tegenwoordige tijd

      groengroentgroenen

      verleden tijd

      groendegroenden

      tegenwoordig deelwoord

      groenendgroenende
    • de groene

      Common noun/'ɣrunə/

      enkelvoud

      groene

      meervoud

      groenen
    • groenen

      Verb/'ɣrunən; 'ɣrunə/

      plagen

      infinitief

      groenen

      tegenwoordige tijd

      groengroentgroenen

      verleden tijd

      groendegroenden

      tegenwoordig deelwoord

      groenendgroenende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.