NEDERLANDS
🇬🇧

    Groeperen

    B1uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • groeperen

      Verb/ɣru'perən; ɣru'perə/

      infinitief

      groeperen

      tegenwoordige tijd

      groepeergroepeertgroeperen

      verleden tijd

      groepeerdegroepeerden

      tegenwoordig deelwoord

      groeperendgroeperende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.