NEDERLANDS
🇬🇧

    Gronden

    commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de grond

      Common noun/'ɣrɔnt/

      enkelvoud

      grondgrondje

      meervoud

      grondengrondjes
    • gronden

      Verb/'ɣrɔndən; 'ɣrɔndə/

      infinitief

      gronden

      tegenwoordige tijd

      grondgrondtgronden

      verleden tijd

      gronddegrondden

      tegenwoordig deelwoord

      grondendgrondende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning