NEDERLANDS
🇬🇧

    Grootgemaakt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • grootmaken

      Verb/'ɣrotmakən; 'ɣrotmakə/

      infinitief

      grootmaken

      tegenwoordige tijd

      maak grootgrootmaakmaakt grootgrootmaaktmaken grootgrootmaken

      verleden tijd

      maakte grootgrootmaaktemaakten grootgrootmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      grootmakendgrootmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning