Grootgemaakt
uncommonZipf 2.1
werkwoord
grootmaken
Verb/'ɣrotmakən; 'ɣrotmakə/infinitief
grootmakentegenwoordige tijd
maak grootgrootmaakmaakt grootgrootmaaktmaken grootgrootmakenverleden tijd
maakte grootgrootmaaktemaakten grootgrootmaaktentegenwoordig deelwoord
grootmakendgrootmakende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.