Grossier
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de grossier
Common noun/ɣrɔ'sir/enkelvoud
grossiermeervoud
grossiersgrossieren
Verb/ɣrɔ'sirən; ɣrɔ'sirə/infinitief
grossierentegenwoordige tijd
grossiergrossiertgrossierenverleden tijd
grossierdegrossierdentegenwoordig deelwoord
grossierendgrossierende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.