NEDERLANDS
🇬🇧

    Haai

    A2top5000Zipf 4.0

    tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; de baas spelen

    • haai

      Interjection/'haj/

      ~

      haai
    • de haai

      Common noun/'haj/

      enkelvoud

      haaihaaitje

      meervoud

      haaienhaaitjes
    • haaien

      Verb/'hajən; 'hajə/

      de baas spelen

      infinitief

      haaien

      tegenwoordige tijd

      haaihaaithaaien

      verleden tijd

      haaidehaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      haaiendhaaiende
    • haaien

      Verb/'hajən; 'hajə/

      krabben

      infinitief

      haaien

      tegenwoordige tijd

      haaihaaithaaien

      verleden tijd

      haaidehaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      haaiendhaaiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.