Haarden
uncommonZipf 2.4
verharen; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; scherpen
haren
Verb/'harən; 'harə/verharen
infinitief
harentegenwoordige tijd
haarhaartharenverleden tijd
haardehaardentegenwoordig deelwoord
harendharendede haard
Common noun/'hart/enkelvoud
haardhaardjemeervoud
haardenhaardjesharen
Verb/'harən; 'harə/scherpen
infinitief
harentegenwoordige tijd
haarhaartharenverleden tijd
haardehaardentegenwoordig deelwoord
harendharende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.