NEDERLANDS
🇬🇧

    Halveren

    B1uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • halveren

      Verb/hɑl'verən; hɑl'verə/

      infinitief

      halveren

      tegenwoordige tijd

      halveerhalveerthalveren

      verleden tijd

      halveerdehalveerden

      tegenwoordig deelwoord

      halverendhalverende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.