Hanteer
uncommonZipf 2.4
werkwoord
hanteren
Verb/hɑn'terən; hɑn'terə/infinitief
hanterentegenwoordige tijd
hanteerhanteerthanterenverleden tijd
hanteerdehanteerdentegenwoordig deelwoord
hanterendhanterende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.