NEDERLANDS
🇬🇧

    Haperen

    B1uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • haperen

      Verb/'hapərən; 'hapərə/

      infinitief

      haperen

      tegenwoordige tijd

      haperhaperthaperen

      verleden tijd

      haperdehaperden

      tegenwoordig deelwoord

      haperendhaperende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.