NEDERLANDS
🇬🇧

    Haperende

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • haperen

      Verb/'hapərən; 'hapərə/

      infinitief

      haperen

      tegenwoordige tijd

      haperhaperthaperen

      verleden tijd

      haperdehaperden

      tegenwoordig deelwoord

      haperendhaperende
    • haperend

      Adjective/'hapərənt/

      stellende trap

      haperendhaperendehaperends

      vergrotende trap

      haperenderhaperenderehaperenders

      overtreffende trap

      haperendsthaperendste

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning