NEDERLANDS
🇬🇧

    Harsen

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de/het hars

      Common noun/'hɑrs/

      enkelvoud

      hars

      meervoud

      harsen
    • harsen

      Verb/'hɑrsən; 'hɑrsə/

      infinitief

      harsen

      tegenwoordige tijd

      harsharstharsen

      verleden tijd

      harsteharsten

      tegenwoordig deelwoord

      harsendharsende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning