NEDERLANDS
🇬🇧

    Heenlopen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • heenlopen

      Verb/'henlopən; 'henlopə/

      infinitief

      heenlopen

      tegenwoordige tijd

      loop heenheenlooploopt heenheenlooptlopen heenheenlopen

      verleden tijd

      liep heenheenliepliepen heenheenliepen

      tegenwoordig deelwoord

      heenlopendheenlopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning