NEDERLANDS
🇬🇧

    Hef

    commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de hef

      Common noun/'hɛf/

      enkelvoud

      hefhefje

      meervoud

      hefjes
    • heffen

      Verb/'hɛfən; 'hɛfə/

      infinitief

      heffen

      tegenwoordige tijd

      hefheftheffen

      verleden tijd

      hiefhieven

      tegenwoordig deelwoord

      heffendheffende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning