Heren
deheer
Common nounman
man (beleefd)
Een beleefde of formele aanduiding voor een man; gebruikt bij aanspreking of bij namen.
De heer Jansen is aan het woord.
adellijk / landheer
Iemand met macht of bezit in vroegere tijden; een adellijke of feodale heer die land of mensen bestuurde.
In de middeleeuwen was hij een machtige heer in deze streek.
de heer + achternaamde hereneen nette heereen echte heerheer en meesterhetheer
Common nounleger
zelfstandig naamwoord (o)
leger
Heer
Proper nounGod
God
Religieuze naam voor God (vooral in het christendom); de hoogste macht of schepper. Wordt vaak met een hoofdletter geschreven.
Wij bidden elke avond tot de Heer.
de HeerOnze HeerHeer Jezusbidden tot de Heervertrouwen op de Heer