NEDERLANDS
🇬🇧

    Hermaken

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • hermaken

      Verb/hɛr'makən; hɛr'makə/

      infinitief

      hermaken

      tegenwoordige tijd

      hermaakhermaakthermaken

      verleden tijd

      hermaaktehermaakten

      tegenwoordig deelwoord

      hermakendhermakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning